No Strings Attached

Wie heeft een orkest nodig als je Capella Sine Nomine hebt?

Capella Sine Nomine komt in oktober 2019 weer met een nieuw programma: “No Strings Attached”. Deze keer zullen zij prachtige en bekende instrumentale werken zingen die gearrangeerd zijn voor a capella koor. Zo zijn ze te horen als een strijkorkest bij het Agnus Dei van Barber, en als een groot symfonieorkest bij Mahlers Ich bin der Welt Abhanden gekommen en Puccini’s O Mio Babbino Caro. Het programma zal voor vele klassieke muziekliefhebbers een feest van herkenning zijn, maar de composities krijgen een geheel nieuw karakter als ze worden gezongen door de mooie stemmen van Capella Sine Nomine!

We zullen dit geweldige programma (net als altijd) in drie mooie kerken uitvoeren! Noteer de data maar alvast in je agenda!

19 oktober 2019 | 15.00 uur | Sint Cathrien | Eindhoven
20 oktober 2019 | 15:15 uur | Lambertuskerk | Rotterdam
26 oktober 2019 | 20:00 uur | OLV Hemelvaartkerk | Den Haag

Programma

Agnus Dei van Bizet | John Cameron
Agnus Dei van Barber | Samuel Barber
Lux Aeterna van Elgar | John Cameron
Ich bin der Welt Abhanden Gekommen van Mahler | Clytus Gottwald
O Mio Babbino Caro van Puccini | Clytus Gottwald
On Hearing the First Cuckoo in the Spring van Delius | Robert Quinney
Solveig’s Song van Grieg | Alexander Milner & Lora Sansun
Christo Smarrito van Puccini | Ralph Allwood & Lora Sansun
Grablied (Der Tod und das Mädchen) van Schubert | Peter Cornelius
Busslied van Bach | Peter Cornelius
Die mit Tränen Säen van Bach | Ralph Allwood
Requiem Aeternam (Air on the G String) van Bach | Jonathan Rathbone

R&B

R&B staat gewoonlijk voor Rhythm and Blues, maar vandaag voor Romantiek en Barok en dan met name voor Rheinberger en Bach, de naamgevers van het programma dat Capella Sine Nomine gaat uitvoeren.

Romantiek en Barok, bestaat er een grotere contrast?

Toch zien we tussen Bach en Rheinberger ook een opmerkelijke overeenkomst: beiden voegden zich bij het schrijven van religieuze muziek -zij het in tegengestelde zin- niet naar de normen van hun omgeving.

Bach werd door tijdgenoten gezien als een ouderwets componist, met name in zijn vocale werken. Hij volhardde in het componeren in de lutherse traditie met het doel God te eren en de gelovige mens te onderwijzen. De manier waarop Bach intervallen, harmonieën en ritmiek in dienst van de tekst stelde, werd door zijn critici als te gecompliceerd en overdadig gezien.

In de 19e eeuw werd het briljante van Bachs strak geschreven, welhaast mathematisch aandoende muziek, opnieuw ontdekt door vernieuwers als Wagner. Terwijl tegelijkertijd -ironisch genoeg- vorm, orde en regelmaat in de muziek in een vaak heftige richtingenstrijd plaats maakten voor de verbeelding, spontaneïteit en persoonlijke expressie van de Romantiek.

Deze ontwikkeling liet Rheinberger niet onberoerd. Hij kreeg echter te maken met de strikte en behoudende muzikale opvattingen in de rooms-katholieke kerkmuziek. Destijds domineerden daar de ideeën van de Caeciliabeweging. Deze invloedrijke beweging wees juist elke vernieuwing af en propageerde het teruggrijpen op het gregoriaans en de vroege polyfonie. Rheinberger kon binnen dit keurslijf niet werken, hij ging zijn eigen creatieve gang. Geïnspireerd door de grote muzikale veranderingen van zijn tijd, schreef hij zijn eigentijdse religieuze werken.

In een contrastrijk programma voeren we vier motetten uit van Johann Sebastian Bach, afgewisseld met romantische koorwerken van Josef Gabriel Rheinberger.

Osterhymne, op. 134 – Josef Rheinberger
Vier Motetten, op. 133 – Josef Rheinberger
Singet dem Herrn ein neues Lied – Johann Sebastian Bach
Der Geist hilft unser Schwachheit auf – Johann Sebastian Bach
Fürchte dich nicht – Johann Sebastian Bach
Ich lasse dich nicht – Johann Sebastian Bach

12 mei 2019 | 15:00 uur | De Krijtberg | Amsterdam
17 mei 2019 | 20:00 uur | Sint Bonifaciuskerk | Alphen aan den Rijn
19 mei 2019 | 15:00 uur | O.L.V. Hemelvaartkerk | Den Haag

Mystical Songs

Howells | Mass in the Dorian Mode
Howells | A Spotless Rose
Howells | I Heard a Voice from Heaven
Bairstow | Let All Mortal Flesh be Silence
Bairstow | I Sat Down Under His Shadow
Willan | Three Liturgical Motets
Rutter | Musica Dei Donum
Rutter | Hymn to the Creator of Light

Het programma voor het project Mystical Songs bestaat uit composities van Herbert Howells (1892-1983), Edward Bairstow (1874-1946), Healey Willan (1880-1963) en John Rutter (1945), allevier componisten die in Engeland zijn geboren. Willan vertrok in 1913 naar Canada om daar uit te groeien tot één van de meest vooraanstaande componisten die het land heeft gekend. De andere drie hebben hun hele leven gewerkt in Engeland.

Capella Sine Nomine kiest graag voor minder bekende componisten en Healey Willan is daar een goed voorbeeld van. Doordat hij naar Canada vertrok om daar als componist en musicus aan de slag te gaan verdween hij uit het muzikale centrum en is hij in vergetelheid geraakt. Ook al zie je hier en daar de composities weer op programma’s in Engeland verschijnen, in Nederland is het een zelden gehoorde componist die zeker meer aandacht verdient, immers, zijn muziek is van een grote kwaliteit en schoonheid. Op het programma staan drie Liturgical motets, die allemaal gebaseerd zijn op teksten uit het Hooglied. De composities kenmerken zich door een grote melodische en harmonische zeggingskracht.

Van Bairstow zingen we Let All Mortal Flesh Keep Silence en I Sat Down Under His Shadow. Van de vier componisten die we zingen is Bairstow het eerst geboren. Interessant voor de luisteraar is om te horen hoe Bairstow muzikaal en compositorisch van invloed is geweest op zijn tijdsgenoten en de volgende generatie.

Tot slot zingen we werken van Herbert Howells en John Rutter. Bewust noemen we deze twee componisten in één adem. Howells als tijdgenoot van Bairstow en Willan, maar ook als groot muzikaal voorbeeld van John Rutter. Van Howells zingen we de zelden uitgevoerde Mass in the Dorian Mode (ook wel bekend als de Missa Sine Nomine), I Heard A Voice From Heaven en A Spotless Rose. De Mass in the Dorian Mode is bijzonder omdat Howells teruggrijpt op de renaissancistische compositiemethodes terwijl hij tegelijkertijd een eigentijds en eigen klankidioom weet te behouden. In de andere twee werken horen we Howells zoals we hem kennen: mystiek, ontroerend en met oog voor detail. Het is jammer dat de muziek van Howells zo weinig te horen is, want het is muziek die op eenzame hoogte staat.

Velen kennen de muziek van John Rutter door de enorme stapel kerstmuziek die hij heeft geschreven: zoet, easy listening en makkelijk zingbaar. Maar er is ook een andere, minder gehoorde Rutter. Een Rutter met diepgang, die de luisteraar en de zanger uitdaagt. In zijn compositie Musica Dei Donum (compositie voor koor en fluit) grijpt Rutter terug op Debussy. We herkennen in de prachtige fluitpartij de ideeën die we ook horen in de Prélude à l’après-midi d’un faune. Daarnaast zijn er harmonieën te horen die a-typsich zijn voor Rutter. Dit laatste geldt zeker voor Rutters compositie Hymn to the Creator of Light. Deze compositie schreef hij ter nagedachtenis aan Howells. Behalve dat Howells een voorbeeld is geweest voor Rutter is het duidelijk dat hij voor deze compositie de absolute inspiratiebron is geweest. De compositie, die in drie delen uiteenvalt, is in alle opzichten een eerbetoon aan Howells waarmee Rutter zich van een heel andere kant laat horen. Het is een veeleisend werk, dat zelden in Nederland wordt uitgevoerd.

28 oktober | 20:00 uur | Onze Lieve Vrouwekerk | Geervliet | Toegang gratis, collecte na afloop
3 november | 20:00 uur | OLV Hemelvaartkerk | Den Haag | Toegang gratis, collecte na afloop
4 november | 15:00 uur | Grote kerk Overschie | Rotterdam | Toegang gratis, collecte na afloop

Soothing Sounds

Soothing Sounds is een programma met soms spannende, soms verstilde maar bovenal troostende muziek. De luisteraar wordt meegenomen op een reis langs bekende en minder bekende componisten, die elk op hun eigen manier de rust en de stilte in hun composities hebben weten te verklanken.

Vox Dicentis: Clama – Edward Naylor
Behold the Lamb of God – Fredrik Sixten
Nunc Dimittis – Pawel Lukaszewski
Opus 69 – Felix Mendelssohn
Hymnus de Ascensione Domini – Johan Wagenaar
Take Him, Earth, for Cherishing – Herbert Howells
They Are at Rest – Edward Elgar
Lux Aeterna (Nimrod) – Edward Elgar

12 mei 20:00 uur | OLV Hemelvaartkerk | Den Haag | Toegang gratis
19 mei 15:00 uur | Sint-Catharinakerk | Eindhoven | Toegang €7,-
20 mei 15:00 uur | Sint-Bonifaciuskerk | Alphen aan den Rijn | Toegang gratis

Yes Bach Again!

Yes, Bach Again! is een programma met oude en nieuwe muziek. De hoofdmoot van het programma bestaat uit drie motetten van Johann Sebastian Bach, met het motet Jesu, meine Freude als middelpunt. Daaromheen gedrapeerd zijn werken te horen van eigentijdse componisten zoals Knut Nystedt, Eric Whitacre en Randall Thompson. Door de volgorde van de werken ontstaat er een muzikale Spiegel im Spiegel:

Peace I leave with you → Knut Nystedt
Lobet den Herrn → Johann Sebastian Bach
Alleluia → Randall Thompson
Jesu, meine Freude → Johann Sebastian Bach
Alleluia → Eric Whitacre
Komm, Jesu, komm → Johann Sebastian Bach
Immortal Bach → Knut Nystedt

ISOF

Het jaar 2017 wordt een bijzonder jaar voor de Nederlandse muziek. Het is dan 125 jaar geleden dat Hendrik Andriessen geboren werd en exact een eeuw terug dat Albert de Klerk ter wereld kwam. Om dit jubileum te vieren is Capella Sine Nomine uitgenodigd om te zingen bij één van de concerten van het Internationaal Symfonisch Orgel Festival in Den Haag! In samenwerking met organist Bert den Hertog zullen we een geweldig programma zingen met natuurlijk alleen muziek van Andriessen en de Klerk! Het concert vindt plaats op zondag 25 juni 2017 in de Elandstraatkerk in Den Haag. Het is fijn om deze muziek nog een keer uitvoeren, dus zingen we hetzelfde programma ook in de Bonaventura in Woerden op vrijdag 23 juni 2017.

Magnificat | Albert de Klerk | orgel
Pater Noster | Albert de Klerk | a capella
Psalm 100 | Hendrik Andriessen | orgel
Sanctus uit Missa Solemnis | Hendrik Andriessen | orgel
Benedictus uit Missa Solemnis | Hendrik Andriessen | orgel
Agnus uit Missa Solemnis | Hendrik Andriessen | orgel
Psalm 47 | Hendrik Andriessen | a capella

Songs of Farewell

Songs of Farewell | Dit keer hebben we weer een bijzonder programma samengesteld, waarin het afscheid van het leven centraal staat. Zo zingen wij de Songs of Farewell van C. Hubert H. Parry, Seele, Vergiß Sie Nicht van Peter Cornelius en het Requiem van Herbert Howells. Deze drie werken behoren niet alleen tot de hoogtepunten uit de oeuvres van de componisten, maar ook tot de hoogtepunten van de koorliteratuur! Daarnaast zingen we het al even bijzondere als onbekende madrigaal Egidius, Waar Bestu Bleven van de hand van Jan Nieland. Het wordt een troostrijk concert, waarbij de componisten ons een kijkje in de hemel geven.

Parry – Songs of Farewell | Op het moment dat C. Hubert H. Parry (1848 – 1918) zijn Songs of Farewell componeerde, woedde de eerste wereldoorlog. Zelf had hij niet lang meer te leven. Deze werken kunnen worden gezien als een persoonlijke getuigenis van zijn geloof in het hiernamaals en als een afscheid van de snel verdwijnende wereld uit zijn jeugd.

De lengte en complexiteit van de zes motetten varieert behoorlijk. My soul, there is a country en I know my soul hath power zijn vierstemmig, relatief kort en niet te zwaar van toon. Never, weather-beaten sail en There is an old belief zijn respectievelijk vijf- en zesstemmig en contrapuntisch interessanter. Het zevenstemmige At the round earth’s imagined corners en het achtstemmige Lord, let me know mine end zijn zeer gevarieerd en complex vormgegeven. Rijke “Brahmsiaanse” harmonieën en soms grillige melodieën, afgewisseld met meer berustende akkoorden en rustige lyriek maken dat deze werken behoren tot het beste van de Engelse koorliteratuur.

Howells – Requiem | Veelal wordt gedacht dat het Requiem van Herbert Howells (1892 – 1983) is ontstaan als reactie op de dood van zijn zoon in 1935. Echter, onderzoek toont aan dat het werk al in 1932, dus vóór deze tragische gebeurtenis het licht zag. Howells Requiem werd pas in 1980 uitgegeven en een jaar later voor het eerst uitgevoerd. Qua structuur grijpt het terug op het Requiem van Walford Davies (één van Howells’ leraren). Ook de keuze van de teksten is vrijwel identiek, slecht één psalmtekst is anders. Daar waar Davies voor de tekst van psalm 130 koos, kiest Howells voor psalm 23.

Opvallend is het contrast in de manier waarop de psalmteksten muzikaal gestalte krijgen ten opzichte van de overige teksten. Bij de psalmen kiest Howells voor een eenvoudigere, hoofdzakelijk syllabische toonzetting. Doordat daarbij vrijwel elke lettergreep maar een noot heeft, wordt de schoonheid van de tekst in alle eenvoud benadrukt. Bij de overige delen (Salvator mundi, Requiem aeternam I & II en I heard a voice from heaven) is de muziek complexer. Howells bedient zich hier van intensere harmonieën en melodieën en van de in Engeland veelgebruikte dubbelkorigheid. In het sluitstuk van het Requiem, I heard a voice from heaven, brengt Howells ons door zijn uitgekiende harmonieën en ligging van de akkoorden in een andere wereld. Doordat hij in dit deel voornamelijk kiest voor harmonieën waarin de grondtoon niet de basnoot is, ontstaat er een gevoel en sfeer waarbij de luisteraar voortdurend wordt opgetild. Op deze wijze schenkt Howells ons alvast een inkijkje in de hemel.

Nieland – Egidus, Waar Bestu Bleven? | Jan Nieland (1903 – 1963) was als organist verbonden aan de Amsterdamse Willibrorduskerk en het Concertgebouw. In die hoedanigheid componeerde hij een grote aantal religieuze werken. Vaak kreeg hij als kritiek dat hij niet vernieuwend genoeg zou zijn, iets dat hij echter geenszins ambieerde. Toch is er een duidelijk verschil te horen tussen zijn religieuze en wereldlijke werken. Bij het madrigaal Egidius, Waar Bestu Bleven horen we duidelijke invloeden uit het impressionisme. Met afwisselend polyfonie en homofone sfeerschilderingen geeft hij de toch al zwaarmoedige tekst een extra, bijna beklemmende lading.

Cornelius – Seele, Vergiß Sie Nicht | Kort nadat Peter Cornelius (1824 – 1874) het bericht kreeg dat de door hem geliefde dichter Friedrich Hebbel was overleden, besloot hij om Hebbels Seele, vergiß sie nicht te verklanken. De compositie kenmerkt zich door een voortdurend moduleren en een veelvuldig toegepaste chromatiek. Hierdoor krijgt het werk een enorme geladenheid en ontstaat er bij de luisteraar een gevoel van onrust. Aan het slot van het werk horen we nog een keer de oproep ´Seele, vergiß sie nicht`, nu echter in majeur waardoor de ziel en de luisteraar eindelijk tot rust komen.

What’s in a Name?

What’s in a name? | Capella Sine Nomine. Voor een koor met deze naam, of eigenlijk zonder naam, is de stap naar Shakespeare niet een hele grote. Hij schreef immers: “What’s in a name? That which we call a rose by any other name would smell as sweet…”. Deze beroemde zinnen waren de inspiratie voor het samenstellen van het programma bestaande uit Shakespeare songs, composities op namen én een mis mèt en tegelijkertijd zónder naam. Sommige werken zijn mysterieus, andere luchtig en sommige grappig. Bijzonder om te zeggen is dat Aart de Kort voor dit programma zijn Missa cum Nomine heeft aangevuld met een speciaal voor ons gecomponeerd Credo. Wij zijn hem hier zeer dankbaar voor en we hopen dat we deze compositie naar de wens van de componist kunnen uitvoeren!

Mäntyjärvi – 4 Shakespeare Songs | Mäntyjärvi begon zijn compositorische carrière als autodidact en trok zich daarbij niets aan van de heersende mores onder de hedendaagse componisten. Dit heeft geresulteerd in composities die toegankelijk, dynamisch en melodieus zijn. Zelf noemt hij zijn Shakespeare songs zijn eerste serieuze compositie voor koor. Het werk is gevarieerd en vraagt veel van de zangers. De songs zijn eclectisch in die zin dat ze zowel oude als nieuwe technieken en klanken in zich herbergen. De harmonieën blijven dus binnen een redelijk traditioneel kader, maar we horen ook fantastische en onverwachte effecten voorbij komen!

Drayton – Masterpiece | Masterpiece van Paul Drayton is in 1981 gecomponeerd voor de composers competition van the King’s Singers. Deze lichtvoetige compositie is zowel in woord als toon een hommage aan de grote componisten van de laatste 300 jaar.

Vaughan Williams – Shakespeare Songs | Vaughan Williams componeerde zijn Shakespeare songs in 1951. Deze compositie ging in première tijdens een koorfestival in the Royal Festival Hall, ook al was hij daar geen groot voorstander van. In het begeleidende briefje dat hij schreef bij het manuscript stond:  “Dear Armstrong. Here are three Shakespeare settings. Do what you like with them… Yours ever R.V.W.”. De drie werkjes worden gekenmerkt door hun mysterieuze sfeer, vanzelfsprekend door de manier waarop V.W. zijn harmonieën kiest maar bovenal doordat ze alle drie uit en niets lijken te ontstaan en in het niet lijken op te lossen. Een soort muzikaal magisch realisme dus, dat de luisteraar even optilt uit de alledaagse werkelijkheid.

Tavener – Song for Athene | “Very tender, with great inner stillness and serenity. Dat is de aanwijzing die Tavener boven deze klaagzang schreef. Deze inner stillness en serenity blijven ondanks de steeds toenemende spanning en intensiteit hoorbaar en voelbaar, totdat na het zesde alleluia de muziek een hoogtepunt bereikt “with resplendent joy in the Ressurection”.  De tekst van deze compositie komt zowel uit Shakespeare’s Hamlet als uit de Oosters-orthodoxe liturgie. Het werk is in 1993 gecomponeerd ter nagedachtenis aan Athene Hariades en werd voor het eerst uitgevoerd in 1994 door de BBC Singers. Het werk heeft echter z’n grote bekendheid te danken aan de uitvoering tijdens de uitvaart van Princess Diana (1997).

De Kort – Missa cum Nomine | Aart de Kort componeerde zijn Missa cum Nomine (mis mét naam) aanvankelijk zonder Credo. In deze delen (Kyrie, Gloria, Sanctus, Benedictus en Agnus) maakt hij gebruik van een laat romantisch Frans-Engels idioom, aangevuld met typisch “Kortiaanse” melodische en harmonische wendingen. Het Credo componeerde hij speciaal voor Capella Sine Nomine. In dit deel horen we meer hedendaagse harmonieën en een parlando gezongen tekst, onderbroken door meer melodische fragmenten als de tekst daartoe uitnodigt. Door de regelmatige afwisseling van vrouwen- en mannenstemmen ontstaat er een quasi-dubbelkorigheid, een techniek die al in de renaissance door Josquin Desprez werd geïntroduceerd. Het Credo wordt afgesloten met een groots en harmonisch uitdagend Amen.

Bordes – Madrigal à la Musique | Charles Bordes, die onder andere les heeft gehad van César Franck, stond midden in de Frans-romantische / impressionistische traditie. Tegelijkertijd was hij een groot pleitbezorger van het gregoriaans en de vocale polyfonie uit de renaissance. Met zijn Madrigal à la Musique zien we deze beide werelden verenigd. Zowel met de titel als met de vorm van de compositie verwijst hij naar de madrigalen zoals bijvoorbeeld Monteverdi ze componeerde, tegelijkertijd horen we in zijn harmonieën de typische laat negentiende eeuwse Franse klanken zoals we die ook kennen van bijvoorbeeld Debussy.

Oh when the Saints


poster saints site

Bij het komende project zingen we een programma dat z’n oorsprong vindt in het feest van Allerheiligen. We zingen composities die direct voor deze gelegenheid zijn gecomponeerd én werken met teksten van en over heiligen. De concerten worden gegeven in de Onze Lieve Vrouw Hemelvaartkerk in Den Haag, de Wilibrorduskerk in Utrecht en de Onze Lieve Vrouwekerk in Geervliet. Hieronder vind je een beschrijving van de te zingen werken. De repetities (op de maandagen) starten half september 2015. Wil je auditie doen om mee te zingen met dit project, dan kun je je aanmelden via het formulier op de pagina contact. Updates over onze projecten vind je behalve op deze website ook op facebook.

 

Canis – Ave Sanctissima Maria | De in Gent geboren Cornelius Canis (ook wel De Hondt of D’Hondt) (1510-1561), was voor een groot deel van z’n leven werkzaam bij de Capella Flamenca, de hofkapel van keizer Karel V. Het was dan ook in die periode dat het grootste deel van zijn oeuvre het licht zag, waaronder ook zijn motet Ave sanctissima Maria. Dat het motet en de compositorische gaven van Canis alom werden gewaardeerd blijkt wel uit het feit dat het al een jaar later in Venetië werd gepubliceerd in een van de motettenboeken van Cipriano de Rore. (Cipriani musici eccelentissimi cum quibusdam aliis doctis authoribus motectorum…liber primus quinque vocum). De tekst is een gebed, geschreven door Paus Pius IV en herinnert aan het Ave Maria en Regina Caeli. Een duidelijke melodische verwijzing naar de laatste tekst vinden we in het motet bij de tekst “regina caeli laetare”. Canis gebruikt hier de kop van de gregoriaanse melodie als melodisch motief, dat we vier keer kort na elkaar kunnen horen.

De Monte – Hodie Dilectissimi, Omnium Sanctorum | Gedurende de regeerperiode van Rooms Keizer Rudolf II verschenen er met name in Praag stapels motetten ter ere van bekende en minder bekende heiligen. Ook zagen in die periode diverse triomfantelijke motetten voor het feest van Allerheiligen het licht. Vaak waren dit gelegenheidsmotetten zonder een duidelijke liturgische plaats. Tot deze laatste categorie kan De Montes motet Hodie dilectissimi, omnium sanctorum gerekend worden. Het motet, dat tot zijn ambitieuzere werken behoort, is zevenstemmig en valt in twee delen uiteen. In het prima pars verdeelt De Monte de stemmen over twee koren, een laag en een hoog koor. In het secunda pars maakt hij ook gebruik van deze techniek, maar gaandeweg laat hij de twee koren versmelten tot één, wat leidt tot een feestelijk en indrukwekkend zevenstemmig stemmenweefsel aan het slot.

Philips – Cantabant Sancti |Peter Philips behoorde samen met William Byrd tot de meest vooraanstaande componisten van de contra-reformatie. Maar in tegenstelling tot zijn beroemde tijdgenoot verbleef Philips een groot deel van z’n werkzame leven op het continent. In Rome maakte hij kennis met met o.a. Anerio en waarschijnlijk ook Palestrina, van wie hij ook muziek opnam in z’n eigen uitgaven. De vijfstemmige Cantiones Sacrae, met daarin onder andere het Cantabant Sancti, werden in 1612 uitgegeven in Antwerpen, waar Philips op dat moment werkzaam was. De bundel bevatte werken die in de twintig jaar daaraan voorafgaand waren gecomponeerd. Het Cantabant Sancti is een contrapuntisch hoogstandje waarin hij op Josquin-achtige wijze de illusie van dubbelkorigheid creëert. Het motet is bedoeld voor de metten van het feest van de onnozele kinderen.

Pearsall – Tu Es Petrus |Het motet Tu es Petrus van de Engelse componist Pearsall is een contrafact verzorgd door de componist zelf. De oorspronkelijke compositie die hij hiervoor gebruikte is het beroemde Lay a garland dat hij in 1840 componeerde. In 1854 voorzag Pearsall zijn compositie van de nieuwe tekst en paste waar nodig de muziek aan. Het werk weerspiegelt in z’n opbouw Pearsalls grote interesse in muziek uit de renaissance. Daarnaast doet het in de behandeling van de dissonanten en de steeds toenemende spanning sterk denken aan Lotti’s eveneens achtstemmige Crucifixus.

Stanford – Ye Holy Angels Bright | Vlak voor het uitbreken van de eerste wereldoorlog componeerde Stanford zijn Three English Motets, Op.135. De eerste van deze drie, Ye holy angels bright, heeft de vorm van een set koraalvariaties, gebaseerd op de melodie die Darwall oorspronkelijk bij deze tekst componeerde. Het werk lijkt enigszins geïnspireerd te zijn door Brahms, bij wie we in zijn motetten vergelijkbare contrapuntische en cantus firmus technieken vinden. Stanfords behandeling van de melodie, toenemend van vier tot achtstemmig, is zowel technisch als muzikaal overtuigend. De pers was dan ook lyrisch na de eerste uitvoering in 1913 tijdens het Gloucester Festival. The Musical Times schreef dat het werk “brilliantly exhibited the contrapuntal facility of the composer”, terwijl andere kranten termen als “ingenious” en “masterly” gebruikten.

Poulenc – Quatre Petites Prières De Saint François d’Assise |In de zomer van 1948 stuurde Poulencs achterneef Jérôme, die als monnik leefde in het Fransicanerklooster Champfleury leefde, de Franse vertaling van vier aan Fransiscus van Asissi toegeschreven gebeden toe, met het verzoek om deze te toonzetten voor een familielid. Poulenc voorzag te teksten binnen een paar weken van muziek en droeg het werk op aan de monniken van Champfleury. Poulenc zei over deze compositie het volgende: “ik vereer de heilige Fransiscus, maar hij maakt mij ook een beetje timide. In ieder geval heb ik getracht met de toonzetting van deze zo wonderlijk aangrijpende gebeden een voorbeeld van nederigheid geven.

Harris – Faire Is The Heav’n & Bring Us, O Lord |In 1925 componeerde Harris, of Doc H. zoals hij werd genoemd door de koristen, Faire is the Heav’n. Hij droeg het op aan zijn voorganger Sir Hugh Allen. In dit dubbelkorige werk volgt Harris de tekst van Spenser muzikaal op de voet. In de tekst neemt de schoonheid van de schepselen toe naarmate ze dichter bij God zijn en per beschrijving verandert Harris van toonsoort om hiermee deze “hiërarchie” te onderstrepen, om pas aan het eind terug te keren naar het hemelse Des-groot, het begin en eindpunt van de compositie.

Ondanks dat Harris’ motet Bring us, o Lord zo’n dertig jaar ná Faire is the Heaven is gecomponeerd, kunnen we het toch zien als een vervolg op deze compositie. Ook hierin neemt Harris ons mee op een reis door de toonsoorten om uiteindelijk na opeenvolgende amens te eindigen in dezelfde hemelse toonsoort. Alastair Sampsom was als korist aanwezig op de avond dat het stuk voor het eerst werd gezongen. Hij vertelt: naar het eind toe vertraagde hij (Harris) het tempo (iets dat hij nooit zou doen tijdens een uitvoering) om het testen welk effect het slot van het stuk op ons zou hebben. Verwonderd snakten we naar adem en hij wist dat hij zijn doel ten volle had bereikt.

There’s something about Mary

Missa Alma Redemptoris Mater De Victoria

De Victoria was misschien wel de enige componist in zijn tijd die tijdens zijn leven vrijwel zijn gehele oeuvre gepubliceerd kreeg. De Missa Alma Redemptoris werd gepubliceerd in 1600. Het is een zogenaamde parodie mis, een mis gebaseerd op een ander al bestaand werk. In dit geval zelfs twee, namelijk zijn 5 stemmige en zijn 8 stemmige motet Alma Mater Redemptoris. Beide motetten ontlenen hun melodisch materiaal aan de gregoriaanse antifoon. Verspreid over de hele mis vinden we fragmenten uit zijn 8 stemmige motet. In het Kyrie en het Benedictus vinden we duidelijkste herinneringen aan zij 5 stemmige motet. De mis is gecomponeerd voor twee vierstemmige koren die op de gebruikelijke wijze elkaar antwoorden, afwisselen en samen optrekken.

Regina Coeli Sweelinck

Het zal voor de voor de Hervormde overheid lichtelijk verrassend zijn geweest dat de door hun betaalde organist Sweelinck in 1619 plots met Cantiones Sacrae op de proppen kwam. Deze bundel is geheel gevuld met werken die hun oorsprong vinden in de vulgaat en de Roomse liturgie. Daarnaast ontlenen veel van de composities in deze bundel hun melodisch materiaal aan het gregoriaans. Zo ook bij het Regina Coeli. De gregoriaanse antifoon bestaat uit vier regels. Sweelinck baseert in zijn compositie elke regel op melodische motieven uit de gelijkluidende regel van de gregoriaanse antifoon. Het is geen doorgecomponeerd motet, maar een vierdelige compositie, waarin per deel één regel wordt behandeld steeds afgesloten door een alleluia. Het werk behoort tot de hoogtepunten van Sweelincks vocale werken. Het kenmerkt zich door zijn vrolijkheid en lichtheid die tot uitdrukking komt in lange notenslierten en vrolijke motieven die steeds weer in andere stemmen opduiken.

Ave Regina Rheinberger

Kort voor zijn dood schreef Rheinberger aan een leerling: “Muziek die niet zingbaar is of geen klankschoonheid heeft, heeft geen bestaansrecht. Ik weet dat mijn zienswijze vele tegenstanders kent, maar wit is wit en niet grijs of zwart. Muziek mag nooit hopeloos of ziekelijk klinken. Muziek is in essentie een uiting van blijdschap en zelfs pijn kent geen pessimisme.” Rheinberger componeerde zijn lieflijke en melodieuze Ave Regina in de jaren ’80 van de negentiende eeuw. Het is een op het oor eenvoudig compositie die echter van een groot compositorisch meesterschap getuigt. Het tijdschrift „Signale für die musikalische Welt“ noemde in 1886 deze compositie en de andere werken uit op. 140 waarlijk religieuze muziek die echter niet theologisch, maar welgevallig klinkt.

Ave Maris Stella Grieg

De oorsprong van de raadselachtige titel Ave maris stella (gegroet, sterre der zee) is waarschijnlijk gelegen in een verschrijving van een kopiist die de Latijnse naam stilla maris sive amarum mare (druppel der zee of bittere zee) bij het overschrijven veranderde in stella maris (sterre der zee) en dat is het in de latere Middeleeuwen gebleven. Ave maris stella behoort samen met zijn Fire Salmer tot zijn bekendste koorwerken. Het werkt wordt gekenmerkt door expressieve harmonieën en melodieën. Oorspronkelijk was het een solo stuk met een Deense tekst, maar aan het eind van het jaar 1898 werkte hij het om tot een compositie voor achtstemmig koor en voorzag hij het van de Latijnse tekst.

Hymn to the Virgin Britten

Slechts zestien jaar oud was Britten toen hij dit kleine meesterwerkje in één dag schreef. Britten creëert in dit werk het idee van dubbelkorigheid door het gebruik van een solo kwartet dat steeds in het Latijn antwoord geeft op de middel Engelse tekst die door het koor gezongen wordt. Het is wonderlijk om te zien hoe deze twee afzonderlijke teksten elkaar aanvullen en beantwoorden en zo versmelten tot een eenheid. Evenals bij het Ave maris stella vinden we in deze tekst de in de middeleeuwen gebruikelijke tegenstelling Eva – Maria. Na de aanvankelijke rust en mystieke sfeer waarmee het stuk opent, neemt in de laatste strofe de intensiteit toe door opgaande lijnen en het verhoogde tempo. Aan het slot keert de rust weer terug besloten door een dromerige laatste frase, gezongen door het solo kwartet.

Stabat Mater Speciosa Diepenbrock

In maart 1896 begon Diepenbrock aan het componeren van zijn Stabat mater speciosa. Evenals het Stabat mater dolorosa wordt dit gedicht toegeschreven aan Jacopone da Todi. Echter in dit gedicht worden de gevoelens van blijdschap van Maria geschetst na de geboorte van haar zoon. Op veel plaatsen maakte Diepenbrock gebruik van het materiaal van zijn eerder verschenen dolorosa-compositie, zodat er een muzikaal tweeluik ontstond die ondanks de thematische overeenkomsten, sterk verschillen in kleur en karakter. Het jubelende Stabat mater speciosa is altijd favoriet geweest bij Sem Dresden die er met zijn ‘Madrigaal-Vereeniging’ en ‘Haarlemsche Motet- en Madrigaal-Vereeniging’ veel uitvoeringen van heeft gegeven. Waarschijnlijk op 12 mei 1917 voor het eerst. Matthijs Vermeulen schreef erover in De Telegraaf: Een Stabat Mater speciosa, dat Diepenbrock ongeveer twintig jaar geleden componeerde als pendant van zijn Stabat Mater dolorosa, was een der belangrijkste nummers uit Sem Dresden’s programma. Het geeft de smartelijke en droevig-gekleurde motieven van het Stabat Mater dolorosa […] in een blijden en teeder jubelenden toon; ’t eene verbeeldt de Moeder aan het Kruis, ’t ander de Moeder aan de Kribbe. Voor ons allen en ook voor den componist was het de éérste uitvoering in de loop dier lange jaren, want gelijk het Diepenbrock’s Mis verging, zoo is het dit Stabat vergaan: de auteur maakte een meesterwerk, waar niemand naar vroeg en waarvoor zich ook niemand interesseerde, hoewel ’t warm zingt in eene zuidelijke, bekorende melodiek, opgeluisterd met het rijkst genuanceerde harmonische coloriet, als de schilderijen der oude primitieven. Het is stralend van miniatuur, antiek van piëteit, modern van verlangend en onrustig sensitivisme.

Assumpta est Maria Dresden

In het motet Assumpta est Maria heeft Sem Dresden de teksten van alle antifonen voor de eerste vespers voor Maria-ten-hemel-opneming verzameld en verwerkt in één volledig doorgecomponeerd motet. In deze hoedanigheid zou het dus geen plaats kunnen krijgen in deze vespers, maar het blijft onmiskenbaar een motet dat gecomponeerd is voor het feest van Maria-ten-hemel-opneming. Het werk vormt een wonderlijke synthese van op Debussy en Ravel geïnspireerde harmonieën met de aloude motetvorm waarbij elke regel, of in dit geval elke antifoon, een eigen muzikale uitwerking krijgt. De eenheid in de compositie blijft bewaard door een voortdurend terugkeren van de ritmische en melodische motieven die we voor het eerst horen in de eerste maten van de compositie. Opvallend is dat de van oorsprong Joodse Sem Dresden koos voor deze oer-katholieke teksten. Marius Monnickendam zegt hierover dat hierin “al iets opdoemt van Dresden’s geestelijke gerichtheid, welke op het einde van zijn leven in een bekering tot het Katholicisme uitmondde.”

Totus Tuus Górecki

Górecki componeerde Totus Tuus ter gelegenheid van het derde bezoek van paus Johannes Paulus II aan zijn vaderland. Totus Tuus was de mariale wapenspreuk van deze paus. Deze tekst komt uit een gedicht van Maria Boguslawska, die het gedicht opdroeg aan de maagd Maria, de patroonheilige van Polen. De compositie is meditatief als indringend van karakter. Górecki weet dit effect te bereiken door het voortdurend herhalen van muzikale elementen en tekst en het smaakvol gebruik melodie en harmonie. Na de eerste uitvoering op 14 juni 1987 door het koor voor Katholieke Theologie uit Warschau won het stuk snel aan populariteit en heeft het een vooraanstaande plaats veroverd binnen de koorliteratuur.