Songs of Farewell

Songs of Farewell | Dit keer hebben we weer een bijzonder programma samengesteld, waarin het afscheid van het leven centraal staat. Zo zingen wij de Songs of Farewell van C. Hubert H. Parry, Seele, Vergiß Sie Nicht van Peter Cornelius en het Requiem van Herbert Howells. Deze drie werken behoren niet alleen tot de hoogtepunten uit de oeuvres van de componisten, maar ook tot de hoogtepunten van de koorliteratuur! Daarnaast zingen we het al even bijzondere als onbekende madrigaal Egidius, Waar Bestu Bleven van de hand van Jan Nieland. Het wordt een troostrijk concert, waarbij de componisten ons een kijkje in de hemel geven.

Parry – Songs of Farewell | Op het moment dat C. Hubert H. Parry (1848 – 1918) zijn Songs of Farewell componeerde, woedde de eerste wereldoorlog. Zelf had hij niet lang meer te leven. Deze werken kunnen worden gezien als een persoonlijke getuigenis van zijn geloof in het hiernamaals en als een afscheid van de snel verdwijnende wereld uit zijn jeugd.

De lengte en complexiteit van de zes motetten varieert behoorlijk. My soul, there is a country en I know my soul hath power zijn vierstemmig, relatief kort en niet te zwaar van toon. Never, weather-beaten sail en There is an old belief zijn respectievelijk vijf- en zesstemmig en contrapuntisch interessanter. Het zevenstemmige At the round earth’s imagined corners en het achtstemmige Lord, let me know mine end zijn zeer gevarieerd en complex vormgegeven. Rijke “Brahmsiaanse” harmonieën en soms grillige melodieën, afgewisseld met meer berustende akkoorden en rustige lyriek maken dat deze werken behoren tot het beste van de Engelse koorliteratuur.

Howells – Requiem | Veelal wordt gedacht dat het Requiem van Herbert Howells (1892 – 1983) is ontstaan als reactie op de dood van zijn zoon in 1935. Echter, onderzoek toont aan dat het werk al in 1932, dus vóór deze tragische gebeurtenis het licht zag. Howells Requiem werd pas in 1980 uitgegeven en een jaar later voor het eerst uitgevoerd. Qua structuur grijpt het terug op het Requiem van Walford Davies (één van Howells’ leraren). Ook de keuze van de teksten is vrijwel identiek, slecht één psalmtekst is anders. Daar waar Davies voor de tekst van psalm 130 koos, kiest Howells voor psalm 23.

Opvallend is het contrast in de manier waarop de psalmteksten muzikaal gestalte krijgen ten opzichte van de overige teksten. Bij de psalmen kiest Howells voor een eenvoudigere, hoofdzakelijk syllabische toonzetting. Doordat daarbij vrijwel elke lettergreep maar een noot heeft, wordt de schoonheid van de tekst in alle eenvoud benadrukt. Bij de overige delen (Salvator mundi, Requiem aeternam I & II en I heard a voice from heaven) is de muziek complexer. Howells bedient zich hier van intensere harmonieën en melodieën en van de in Engeland veelgebruikte dubbelkorigheid. In het sluitstuk van het Requiem, I heard a voice from heaven, brengt Howells ons door zijn uitgekiende harmonieën en ligging van de akkoorden in een andere wereld. Doordat hij in dit deel voornamelijk kiest voor harmonieën waarin de grondtoon niet de basnoot is, ontstaat er een gevoel en sfeer waarbij de luisteraar voortdurend wordt opgetild. Op deze wijze schenkt Howells ons alvast een inkijkje in de hemel.

Nieland – Egidus, Waar Bestu Bleven? | Jan Nieland (1903 – 1963) was als organist verbonden aan de Amsterdamse Willibrorduskerk en het Concertgebouw. In die hoedanigheid componeerde hij een grote aantal religieuze werken. Vaak kreeg hij als kritiek dat hij niet vernieuwend genoeg zou zijn, iets dat hij echter geenszins ambieerde. Toch is er een duidelijk verschil te horen tussen zijn religieuze en wereldlijke werken. Bij het madrigaal Egidius, Waar Bestu Bleven horen we duidelijke invloeden uit het impressionisme. Met afwisselend polyfonie en homofone sfeerschilderingen geeft hij de toch al zwaarmoedige tekst een extra, bijna beklemmende lading.

Cornelius – Seele, Vergiß Sie Nicht | Kort nadat Peter Cornelius (1824 – 1874) het bericht kreeg dat de door hem geliefde dichter Friedrich Hebbel was overleden, besloot hij om Hebbels Seele, vergiß sie nicht te verklanken. De compositie kenmerkt zich door een voortdurend moduleren en een veelvuldig toegepaste chromatiek. Hierdoor krijgt het werk een enorme geladenheid en ontstaat er bij de luisteraar een gevoel van onrust. Aan het slot van het werk horen we nog een keer de oproep ´Seele, vergiß sie nicht`, nu echter in majeur waardoor de ziel en de luisteraar eindelijk tot rust komen.